Informele speelruimte
Pluk, Aagje en de Stampertjes vermaakten zich kostelijk in de Torteltuin. Want vrijwel alle soorten spel kunnen kinderen uitoefenen met gras, struiken, bomen, pleinen, stoepen en water. Speeltoestellen zijn slechts een vervanging van deze speelmogelijkheden die van nature aanwezig zijn.
De noodzaak van speelplekken neemt toe naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt. Wij streven naar zoveel mogelijk informele speelruimte. Ideaal is als iedereen voldoende natuurlijke speelruimte heeft, zonder hiervoor speciale voorzieningen aan te brengen.
De praktijk is echter anders. Speelruimte neemt steeds verder af door (auto)verkeer, verdichting van woningen, voorzieningen voor volwassenen, hondenpoep, bezuinigingen, criminaliteit en vandalisme.
Informeel versus formeel
Ons speelruimteadvies betreft altijd in de eerste plaats de informele speelruimte. Hoogteverschillen, randen en bespeelbare objecten zijn eenvoudige middelen die de fantasie van kinderen voor spel prikkelen. Deze speelprikkels [hyperlink] kunnen bij ruimtegebrek de speelruimte vergroten.
OBB normen
OBB heeft normen ontwikkeld voor informele speelruimte. Hiermee krijgen we zicht op de kwantiteit en kwaliteit ervan. Zo kunnen we per situatie inschatten of de informele speelruimte voldoet. En we kunnen gericht aanbevelingen doen per wijk en buurt.
Kwantificeren van informele speelruimte is niet gemakkelijk. De opbouw van de buurt is van belang. De hoeveelheid, structuur en samenstelling van het openbaar groen, het water en de wegen ook. Veel groen en water, toegankelijke 30-kilometerwegen met stoepen die uitnodigen tot medegebruik door kinderen betekent veel informele speelruimte. Het gevoel van veiligheid en de vrijheid die het kind krijgt om ergens te mogen spelen, maken dat de speelruimte zelfs per kind verschilt.
Leeftijdscategorieën
Per leeftijdscategorie heeft OBB normen ontwikkeld:
- Kinderen (0-5 jaar)
Kijk eens buiten. Het wordt meteen duidelijk waar kinderen spelen. Dicht bij huis, bij wijze van spreken onder het keukenraam. Het kind is er bezig en leert door zijn spel allerlei materialen kennen en maakt steeds weer nieuwe bewegingen.
Gevaren ziet een jong kind nog niet. Op zijn speelruimte horen dus geen auto’s, brommers of fietsen te komen. De tuin, de oprit en de stoep zijn geschikt. In mindere mate ook de straat en het grasveldje dat grenst aan de voordeur.
Een jong kind beleeft al heel wat op 20 vierkante meter!
- Jeugdigen (6-11 jaar)
Jeugdigen gaan steeds verder de buurt in. Hun verkenningsgebied is vrijwel de hele openbare ruimte. Sporen van hun spel tref je in vrijwel elk plantsoen, langs iedere sloot, op elke rustige verharding en op menige blinde muur.
Een grasveldje of pleintje voor straatspel en balspel, een stuk openbaar groen om in te struinen, zijn van groot belang voor jeugdigen. Wij streven naar minimaal 50 vierkante meter verharding of grasveld per 5 jeugdigen. Na schooltijd en na het eten hebben zij zo de mogelijkheid om een balspel te doen. Daarnaast moet er voldoende struingroen zijn. Voor verstoppertje, bloemen plukken, picknicken en hutten bouwen.
- Jongeren (12-18 jaar)
Jongeren vinden leeftijdsgenoten erg belangrijk. Vooral in de openbare ruimte ontmoeten ze elkaar. Hoe vaak zie je na schooltijd of na het eten niet diverse groepjes jongeren in de buurt die met elkaar de laatste nieuwtjes uitwisselen!
OBB streeft per groep naar een plek met wat ontmoetingsaanleidingen ergens in de buurt. We onderscheiden verschillende categorieën. Lees hierover meer bij Jongeren [hyperlink].
Wilt u de OBB normentabel gebruiken, neem dan contact met ons op.
Natuurspeelplekken
Natuurlijk spelen is een containerbegrip geworden. Het kan gaan om informele speelruimte, een natuurspeeltuin, een speelbos of natuurlijk ogende speeltoestellen. OBB heeft hier ondertussen ervaring mee en adviseert u graag. Ook het maken van een ontwerp en een werkomschrijving behoren tot de mogelijkheden.



