Speelprikkels

Speelprikkels geven aanleiding tot spel. Het kan vanalles zijn: een onderdeel van de openbare ruimte of een bewust geplaatst bespeelbaar element. Als het de fantasie van kinderen maar prikkelt om zelf uit te vinden hoe en wat er te spelen valt. De opzet van deze prikkels is dat ze veel speelwaarde hebben. Maar ze vallen niet onder het Attractiebesluit en vergen hooguit een risicoanalyse.

OBB streeft ernaar dat bij elk plan en elke actie in de openbare ruimte nagegaan wordt of de elementen die gebruikt worden geschikt zijn voor medegebruik door kinderen. Het kan natuurlijk voorkomen dat dit om bijvoorbeeld vei-ligheidsredenen niet mogelijk is. Uitgangspunt is echter de bespeelbaarheid. Het moet gemotiveerd worden als hiervoor niet wordt gekozen.

Bewust geplaatste speelprikkels
Knikkertegels, hinkeltegels, gekleurde tegels, tegels met cijfers, letters en dierenvoetstappen. Allerlei speelmogelijkheden ontstaan door het aanbrengen van deze verharding of door patronen in de verharding.
Andere voorbeelden zijn poefs, bielzen, palen, bollen en muurtjes, al dan niet gekleurd of beschilderd. Daar kun je op klimmen, af springen, over springen, op zitten. Je kunt er ook een touw aan vastknopen, ertegen voetballen, erover bokspringen. Enzovoort.
Meer natuurlijke speelsprikkels zijn bomen en boomstammen, grasheuveltjes, hagen en struiken.

Onderdelen van de openbare ruimte
Als er toch een paal geplaatst moet worden, waarom dan niet een paal met een ronde kop in plaats van een vierkante? En wat groenblijvers in het bosplantsoen? Voor de inrichting van de openbare ruimte worden allerlei elementen gebruikt. Soms aantrekkelijk om mee te spelen. Maar vaak niet.
 
Dit soort speelprikkels zijn bijvoorbeeld:


Ruimte als speelprikkel
Een braakliggend terrein met een bult zand en ruigte wordt door veel kinderen hoog gewaardeerd. Er zijn veel speelmogelijkheden en –functies aanwezig. Ook hoeken plantsoen en straat zijn soms favoriet bij een groep kinderen. Eenvoudige aanpassingen aan beheer en onderhoud kunnen deze speelruimte behouden. Evenals goede voorlichting van bewoners.

Voorbeelden van speelvriendelijk beheer zijn:
Sortimentskeuze
Sortimentskeuze kan sturen in het medegebruik van het openbaar groen. Struiken met grote doornen zijn absoluut niet aantrekkelijk voor kinderen. En planten met giftige vruchten, bladen en schors mogen niet worden toegepast.

Andere eenvoudige voorbeelden waardoor het openbaar groen beter bespeelbaar wordt:
Speelprikkels prikkelen dus de fantasie van kinderen om zelf spelen te verzinnen of bestaande spelen aan te passen. Anders gezegd: ‘Speelaanleidingen vergroten de speelruimte’.