Veiligheid van speelvoorzieningen
De meeste veiligheid bereik je door kinderen zelf risico's te leren inschatten. Daarom is echt vrij kunnen en mogen spelen in onze visie erg belangrijk. Daarbij hoort het opzoeken van grenzen, het vallen en opstaan. In onze ogen is niet het oplopen van letsel een probleem, "ieder kind heeft recht op een bult" en zelfs een gebroken arm kan gebeuren. Het oplopen van blijvend ernsitg letsel moet natuurlijk wel zoveel mogelijk voorkomen worden.
Veiligheid van speeltoestellen brengt de wettelijke verlichting/noodzaak van inspecties met zich mee. OBB verstrekt daarom advies over inspecties. We inspecteren zelf niet. Daarnaast doen we onderzoek naar valdempende ondergronden. Ook daarover adviseren we u graag.
Inspecties
Sinds 1997 is het verplicht dat speeltoestellen gecertificeerd zijn en regelmatig worden geinspecteerd op veiligheid. De huidige situatie wordt dan vergeleken met de originele situatie waarin het toestel was geplaatst. Dat is nodig omdat er door het gebruik, het weer en vandalisme gebreken optreden aan het toestel. Denk aan slijtage, breuk en ontbrekende onderdelen.
Inspecteren kan op verschillende manieren en is maatwerk. OBB adviseert met het oog op uw specifieke situatie over de frequentie van de inspectie, de uitvoerende van de inspectie (eigen dienst of derden), de kosten voor de inspectie en het bestekken en begroten van de maatregelen naar aanleiding van de inspectie.
Niet alle toestellen hoeven even vaak geïnspecteerd te worden. Sporttoestellen worden bijvoorbeeld niet gebruikt om in of op te spelen en vallen dus niet onder het Attractiebesluit. Ze hoeven minder frequent geïnspecteerd te worden. Speeltoestellen op plekken met een hoge gebruiksdruk of in vandalismegevoelige buurten zouden wat vaker geinspecteerd moeten worden. Bovendien kunnen verschillende inspecties vaak gecombineerd worden. Er kan bijvoorbeeld meteen gekeken worden naar de functionaliteit en de netheid.
In principe dient uit de inspectie te blijken dat alle toestellen veilig zijn (volgens norm). Het onderhoud aan de toestellen wordt dan goed uitgevoerd (regulier onderhoud). Als gewacht wordt tot de volgende inspectie (inspectief onderhoud) kan het voorkomen dat gebreken te lang blijven liggen. Daarom gebeurt het ook vaak dat tijdens een inspectie gelijk de eenvoudig op te lossen gebreken worden verholpen.
Valdempende ondergronden
Sinds het Attractiebesluit 1997 mogen speeltoestellen niet meer zomaar in de verharding worden geplaatst. Vanaf een (val)hoogte van 60 centimeter moet een ondergrond met valdempende eigenschappen worden toegepast.
De meest voorkomende ondergronden zijn gras, zand, schors / houtsnippers, rubber tegels, kunstgras en gegoten rubber. Elk type ondergrond heeft daarbij zijn eigen voor- en nadelen. Zo zal rubber niet zo mooi zijn op een natuurspeelplek en heeft zand veel speelwaarde, maar in dichte bebouwing kan dit leiden tot een kattenbakeffect. Schors zal regelmatig moeten worden aangevuld en gegoten rubber is duur maar behoeft af en toe te worden schoongemaakt.
Duidelijk is dat de keuze van de ondergrond niet alleen maar een kostenafweging is, maar ook wordt bepaald door de ligging en het ontwerp.
Wij hebben onderzoek gedaan naar al deze eigenschappen en daarbij een kostenvergelijking gemaakt. Die actualiseren we om de paar jaar en is tegen vergoeding voor kosten 25 euro (onderzoek, vermenigvulding en verzending) te verkrijgen. De resultaten kunt u bij ons opvragen.
